Laadinfra

Vanaf 2027 meer laadpunten verplicht op je bedrijfsparkeerplaats

· 4 minuten lezen

Je hebt een bedrijfspand met een parkeerterrein van meer dan twintig plaatsen. Dan heb je over tien weken een probleem, of je hebt het al geregeld. Dit is wat de nieuwe EPBD-regels van je vragen, en in welke volgorde je het aanpakt.

Sinds 29 mei 2026 geldt in Nederland de herziene Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen, de EPBD. Voor bedrijfspanden met een eigen parkeerterrein zit daar een concrete verplichting in die voor veel eigenaren nog niet op de agenda staat: per 1 januari 2027 moet een bestaand bedrijfspand met meer dan twintig parkeerplaatsen minimaal één laadpunt per tien parkeerplaatsen hebben, of leidingdoorvoeren voor ten minste de helft van de plaatsen.

Op een parkeerterrein met dertig plaatsen betekent dat drie laadpunten. Op zestig plaatsen zes. Dat is niet iets wat je in december nog even regelt.

Wat gold er al?

De vorige versie van de richtlijn, EPBD III, verplichtte bestaande bedrijfspanden met meer dan twintig parkeerplaatsen al tot één laadpunt. Die eis staat er nog steeds. Wat er per 2027 bij komt, is dat dat ene laadpunt niet meer genoeg is zodra je parkeerterrein groter is dan tien plaatsen per laadpunt.

Heb je vóór 29 mei 2026 een omgevingsvergunning aangevraagd voor een verbouwing, dan vallen die plannen nog onder de oude regels. Alles daarna valt onder de nieuwe.

De eisen op een rij

SituatieVanaf hoeveel plaatsenWat moet er
Bestaand bedrijfspand Meer dan 20 Nu: minimaal 1 laadpunt. Vanaf 1 januari 2027: 1 laadpunt per 10 plaatsen, óf leidingdoorvoeren voor minimaal de helft van de plaatsen.
Nieuwbouw of ingrijpende renovatie, bedrijfspand Meer dan 5 1 laadpunt per 5 plaatsen. Bij kantoren 1 per 2. Daarnaast voorbekabeling voor minimaal de helft van de plaatsen en leidingdoorvoeren voor de rest.
Nieuwbouw of ingrijpende renovatie, woongebouw Meer dan 3 Bij nieuwbouw minimaal 1 laadpunt. Voorbekabeling voor minimaal de helft van de plaatsen, leidingdoorvoeren voor de rest.

Let op het verschil tussen de twee soorten voorbereiding, want dat scheelt flink in kosten. Leidingdoorvoeren zijn lege buizen of openingen waar je later kabel door kunt trekken. Voorbekabeling is een stap verder: de kabel ligt er al, er hoeft alleen nog een laadpunt op.

Voor VvE’s en appartementencomplexen: gaat het om een bestaand woongebouw, dan geldt de verplichting van 2027 niet voor jullie. Die slaat op bedrijfspanden. Bij nieuwbouw of een ingrijpende renovatie van een woongebouw met meer dan drie parkeerplaatsen gelden de eisen uit de derde rij wél. Dat neemt niet weg dat de vraag naar laadpunten in de garage ook zonder verplichting blijft groeien.

Nieuwe laadpunten moeten slim kunnen laden

Een tweede punt uit de herziene richtlijn dat minder opvalt: nieuwe laadpunten moeten geschikt zijn voor slim laden. Het laadproces moet automatisch afgestemd kunnen worden op bijvoorbeeld de belasting van het net of de energieprijs.

In de praktijk is dat geen beperking maar winst. Juist bij meerdere laadpunten op één aansluiting is sturing het verschil tussen wel en niet hoeven verzwaren.

Waarom je nu moet rekenen en niet in december

De meeste bedrijfspanden hebben niet zomaar ruimte voor zes laadpunten op de bestaande aansluiting. Daar komen drie dingen bij kijken, en twee daarvan kosten tijd.

1. Je aansluiting

Zes laadpunten van 11 kW is 66 kW aan vermogen. Dat past zelden zomaar naast je bestaande verbruik. Met een slim laadsysteem dat het beschikbare vermogen verdeelt over de auto’s die op dat moment laden, kom je er in veel gevallen uit zonder te verzwaren. Dat scheelt al snel duizenden euro’s en, belangrijker, maanden wachttijd bij de netbeheerder.

2. Het grondwerk

Kabel naar de overkant van een parkeerterrein betekent graven, of boren onder de verharding door. Dat is het duurste deel van de klus en het deel dat je maar één keer wil doen. Daarom is het verstandig om in één keer het hele terrein voor te bereiden, ook als je nu maar drie punten plaatst.

3. De keuze: laadpunten of leidingdoorvoeren

De wet laat je kiezen. Leidingdoorvoeren zijn goedkoper en voldoen ook. Maar als je toch gaat graven, is het verschil tussen een lege buis en een buis met kabel erin relatief klein, terwijl de besparing later groot is. Reken dat door voordat je kiest.

Praktische volgorde: eerst tellen hoeveel parkeerplaatsen er zijn en wat je aansluiting aankan. Dan bepalen of je voor laadpunten of leidingdoorvoeren gaat. Dan in één keer de infrastructuur aanleggen waar je de komende tien jaar op kunt uitbreiden. Pas daarna de laadpunten zelf, want die kun je altijd nog bijplaatsen.

Wat wij doen

We tellen de plaatsen, meten wat je aansluiting werkelijk aankan en rekenen beide routes door: laadpunten of leidingdoorvoeren. Daar komt een prijs uit voor de infrastructuur en een prijs per laadpunt, zodat je kunt kiezen hoe ver je nu gaat. Meer daarover staat op de pagina over laadinfrastructuur.

Twijfel je of dit voor jouw pand geldt? Het aantal parkeerplaatsen en het type pand bepaalt het. Bel even, dan weet je het in vijf minuten.

Dit artikel is een uitleg in gewone taal, geen juridisch advies. Wat voor jouw pand precies geldt, hangt af van de situatie en van eventuele uitzonderingen in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Controleer het bij twijfel bij je gemeente of bij de RVO.

Vragen over je eigen situatie?

Bel of stuur een bericht met het aantal parkeerplaatsen en wat voor pand het is. Dan hoor je wat er voor jou geldt en wat het kost.